|
Zijn Werk Anton Pieck ontwikkelde al vroeg een eigen stijl. En zonder dat hij daar op uit was, maakte deze stijl hem geliefd bij een miljoenenpubliek in binnen en buitenland. In het begin van zijn artistieke loopbaan - tot ongeveer 1930 - stond Pieck al bekend als een begaafd graficus. Zijn etsen, gravures, droge naalden, houtsneden en lithografieën trokken niet alleen de aandacht van kunstkenners en vakgenoten, maar ook van het publiek. Vanaf 1913 werkte Pieck al aan kalenders, vanaf 1938 verschenen de door Pieck geillustreerde kalenders. De onderwerpen liepen uiteen van stadsgezichten en oude gebouwen tot fantasievolle, romantische taferelen uit een verbeeld verleden. Taferelen waarin Pieck een eigen wereld schiep: idyllisch en veelal met gevoel voor humor. Herfst en winter waren hem liever dan lente en zomer. Het aantal ijsgezichten vol bedrijvige mensjes op schaats en slee, is indrukwekkend. Pieck had een voorliefde voor anekdotische voorvallen. Zijn geschilderde 'verhaal' was opgebouwd uit vele kleine verhalen.  Anton Pieck reisde veel. Zijn indrukken legde hij vast in een groot aantal schetsen en 'reistekeningen'. Zo bezocht Pieck onder meer Oostenrijk, Duitsland, Frankrijk, Marokko, Italië, Ierland, Wales, Polen, Zweden, Zwitserland, België en vooral Engeland. Het Vlaanderen van Breughel en het Engeland van Dickens keren vaak terug in zijn vele schetsboeken.
|